bestemmingen-molukken

De Molukken

De spice islands

In de koloniale tijd stonden de Molukken meer in de belangstelling dan nu. De eilandrijke province was toen het centrum van de specerijenhandel. Kruidnagel en nootmuskaat werden voor een hebbekrats gekocht en met grote winst in Europa verhandeld. De Portugezen, die omstreeks 1512 op de Banda-eilanden voet aan wal zetten, waren de eersten die de rijkdommen monopoliseerden. Zij behielden deze positie tot 1599, toen de Nederlanders heer en meester werden over de specerijenhandel.

De Molukken hebben de huidige bezoeker een aantal waardevolle schatten te bieden. Dankzij de bijzondere ligging van de eilanden, in het overgangsgebied tussen de Autralische en Aziatische fauna en flora, is er een opvallende natuur te vinden. Vele soorten dieren en planten zijn er op een eigen manier geevolueerd en hebben zich niet buiten de grenzen van de eilandengroep verspreid. Omdat de Molukse eilanden nooit verbonden zijn geweest aan grotere landmassa’s, zijn de flora en fauna er via lucht of water terecht gekomen. Hierdoor komt er een groot aantal vogels en vlinders voor.

De diversiteit aan volken en culturen vormt een andere aantrekkelijke kant van De Molukken. Hoewel de meesten tot het christendom of islam zijn bekeerd, blijven traditionele gebruiken voor hen een belangrijke rol spelen.

Centraal Molukken

Het meest bezochte district van de Molukse provincie is de Centraal-Molukken. Het gebied bestaat voor uit 85% uit water, het vasteland wordt gevormd door honderden grote en kleine eilanden. Het groostste deel van de bewoners heeft Ambon als thuisbasis. Ambon is ook het meest bezochte eiland door toeristen. Niet verwonderlijk, omdat Ambon het eiland is van waaruit vervoer naar de andere Molukse eilanden of naar naburige Indonesische provincies mogelijk is. Daarnaast biedt Ambon een schat aan historische overblijfselen uit de Portugese en Nederlandse tijd. Vanaf Ambon vervolgen de meesten hun reis naar de nabijgelegen Lease-eilanden (Haruku, Saparua, Nusa Laut) of naar de Banda eilanden om van het rustige dorpsleven te kunnen genieten of een duik te nemen in het kristalheldere waterdat schitterende koralen bevat.

Ambon

Met een beetje fantasie doen de twee Ambonese schiereilanden, Hitu en Leitimor, dier door een nauwe landlengte met elkaar verbonden zijn, denken aan een walvis met haar zogend kalf. Ze hebben een totale oppervlake van 800 km2, maar de meeste bewoners wonen in de hoofdstad Ambon. In de koloniale tijd werd Ambon door zijn onschatbare warde voor de specerijenhandel de ‘Koningin van de Oost’ genoemd. De stad kwam in bloei toen in het begin van de 17e eeuw de Nederlanders het zwaartepunt van de kruidnagelteelt van Ternate naar Ambon verplaatsten. Zowel kruidnagel als nootmuskaat kwamen van oorsprong niet voor op dit centraal gelegen eiland. De schoonheid van Ambon bestond uit onbedorven stranden, zeetuinen die door natuurhistorici in alle toonaarden werden bezongen en een weelderige tropische begroeiing. Jammer genoeg heeft de jaarlijkse toename van de bevolking gezorgd voor ontbossing en het vissen met dynamiet heeft het koraal grotendeels vernield. Hoewel door deze veranderingen het eiland aan aantrekkingskracht heeft ingeboet, zijn er nog steeds mooie en rustige plekjes te vinden, is het koraal op een aantal plaatsen de dans ontsprongen en zijn in de binnenlanden nog enkele toefjes mooie bossen overeind gebleven.

Saparua

Tot de Lease eilanden (spreek uit Lee-ase) behoren behalve Ambon, ook Saparua, Haruku en het kleine paradijselijke eilandje Nusa Laut. Op deze eilanden lijkt de tijd stil te staan, er is weinig verkeer en overal leiden de mensen een eenvoudig dorpsleven, ver weg van het drukke Ambon. Saparua kent de beste verbindingen met Ambon: dagelijks varen er enkele boten naar dit kleine eiland (op zondagen is het moeilijker om boten te vinden). Vanuit Saparua kun je gemakkelijk de andere Lease eilanden bezoeken. Het fort Vredenburg is een goed bewaard historisch bouwwerk.

Banda eilanden

Deze kleine archipel bevindt zich ten zuidwesten van Ambon en ten zuiden van Seram. Hier kwam van oorsprong de nootmuskaat vandaan. Tot heden ten dagen tref je hier vele nootmuskaatbomen aan en de ambtswoningen van de zogenaamde perkeniers (hoofden van de plantages) kom je hier en daar nog tegen. De oorspronkelijke bevolking woont er niet meer, deze zijn destijds gevlucht voor de koloniale overheid en hebben zich op Kei Besar gevestigd, de tegenwoordige bevolking is een mengeling van mensen uit Sulawesi en andere gebieden van de Molukken.
Naast de koloniale historie worden de Banda Eilanden met name bezocht vanwege de werkelijk prachtige koraaltuinen, volgens vele is dit de beste duik-en snorkelplek in de Molukken. Door een gebrek aan infrastructuur zijn deze pareltjes in de Bandazee moeilijker te bereiken.

Seram

Zowel mystieke krachten als een wonderschoon tropisch regenwoud karakteriseren het grootste eiland van de Centraal-Molukken. De oorspronkelijke bevolkingsgroepen van Seram dragen de naam Alfuren. Naar verluidt beschikken ze over raadselachtige vermogens. Zo kunnen ze zichzelf laten verdwijnen of al vliegend honderden kilometers afleggen. Door hun bedrevenheid in de magie kunnen de Alfuren rekenen op het respect van de algehele Molukse bevolking.

Het grondgebied van de Manusela stam op Midden-Seram, wordt als heilig beschouwd en mag alleen met respect en na het aanbieden van offeranden worden betreden. De praktijk van het koppensnellen werd door de stammen op West- en Midden-Seram tot in de 20e eeuw uitgeoefend.

Serams grootste attractie is het weelderige tropische regenwoud, waarmee nog een groot gedeelte van eiland is bedekt. Het Nationaal Park Manusela heeft een unieke ligging in het Wallacea gebied, waar Australische en Aziatische flora en fauna elkaar ontmoeten en geleidelijk in elkaar overgaan. Heel bijzonder is de aanwezigheid van primair bos op verschillende hoogtes en in diverse temperatuurzones. Daarnaast is er ook een dominerende aanwezigheid van kalksteen te vinden.

De Aziatische invloed op de flora is te zien aan de aanwezigheid van een familie van hardhoutbomen die vooral op Borneo voorkomt. De Eucalyptusbomen die in het park te vinden zijn duiden op de nabijheid van Australische flora. Tijdens langere trekkingen door het park zie je duidelijke verschillen in landschap. Je begint te lopen door een haast voortdurende mist waardoor varens en mossen het landschap domineren. Hierna verschijnt de boomvarensavanne tegen de helling van de Binaiya berg.

Wat betreft de fauna zijn de drie soorten buiteldieren het bewijs voor Australische invloeden, je vindt er de bandicoot (endemisch voor Seram) en twee verschillende soorten koeskoezen. Verder vind je in het park kassuarissen, vleermuizen, pythons, herten en varkens. Felgekleurde vogels zoals papegaaien zijn vaak te zien en vooral te horen. Naast de papegaaien is het park ook het gebied van verschillende kaketoe soorten, waaronder de endemische, zalmkleurige Molukken-kaketoe.

Noord Molukken

De naam Maluku betekent ‘land der vele koningen’ en duidt op de vele vorstendommen die zich hier in het verleden hebben gevestigd. Enkele van die rijken, met name Ternate, groeiden door winstgevende kruidnagelhandel uit tot machtige staten. Kruidnagel kwam van oorsprong alleen in deze gebieden voor. Het grote eiland Halmahera ‘met de vele armen’ is altijd op de achtergrond gebleven. Het uiblijven van ocntacten met de buitenwereld heeft ervoor gezorgd dat tot de dag van vandaag de bevolking in de binnenlandsen op traditionele wijze leeft. De Noord-Molukkenm waaronder Ternate, Tidore en Halmahera zijn bedekt met vulkanen die voor een groot deel nog actief zijn. Dat het gebied geologisch nog steeds in beweging is, bewijzen ook de aardbevingen die het gebied hebben getroffen en nog steeds treffen.

Ternate & Tidore

Vanuit historisch oogpunt is Ternate het meest interessante van de Noord-Molukken. Het eiland heeft nog steeds de charme waarvan de Briste naturalist sir Alfred Wallace in de 19e eeuw al repte. In een eenvoudig huisje gemaakt van sagobladeren en bamboe, verbleef Wallace drie van de totaal acht jaren die hij in de Maleise archipel doorbracht.
Tidore is bekend als het tweelingeiland van Ternate. Wat betreft omvang zijn beide eilanden vrijwel gelijk aan elkaar. Op beide, eingszins ronde eilanden domineert een vulkaan het landschap.

Halmahera

Tegenwoordig bepaalt vooral Halmahere het gezicht en de economie van de Noord-Molukken. Er is een kleine miljoen hectare aan bos officieel beschermd op dit eiland. Halmahera houdt er door zijn positie in het Wallacea gebied een gehele eigen flora en fauna op na. Het eiland herbergt het grootste aantal vogelsoorten dat de Molukken rijk is. De kleine vleermuisparkieten hangen als groene vleermuizen ondersteboven aan een tak. Invloeden van het grote buureiland Sulawesi komen tot uiting in de palmvegetatie in de bossen. Prachtige zeetuinen zijn er ook, hoewel deze vooral in de buurt van de dichter bevolkte gebieden veel te lijden hebben gehad van destructieve vismethodes.

Zuidoost Molukken

Het buitenbeentje van de Molukse provincies is de archipel van de zuidoost Molukken. De eilandengroep ligt tussen Timor en West-Papoea in en aan deze ligging zijn de verschillen met de overige Molukse eilanden te danken. De Aru- en Kei eilanden liggen het dichtst bij Papoea. Meer dan waar ook op de Molukken, is in deze zuidoostelijke provincie de Papoea-invloed merkbaar, onder andere te merken aan de het uiterlijk van veel mensen: een donker huidtype, gekruld of kroezend haar. Vooral op de Aru-, Kei- en Tanimbar eilanden is dit duidelijk te zien.

Tijdens de bloei van de specerijenhandel in de noordelijke en centrale Molukken, beleefde de zuidoostelijke archipel hele andere tijden. Al voor de komst van de Europeanen en de VOC, bestonden er levendige handelsrelaties van de zuidoostelijke archipel met de Bandanezen en andere Aziatische volkeren. De rijkdom en zelfstandigheid die de Zuidoost Molukken daardoor opbouwden, maakten ze beter bestand tegen de invloed van de Europeanen. Tijdens de koloniale tijd werd er op gelijkwaardige basis handel gedreven met de Europeanen. Van overheersing of uitbuiting door de diverse, koloniale mogendheden was nauwelijks sprake.

Het aantrekkelijke van de Zuidoost Molukken is dat elke eilandengroep en zelfs elk eiland een eigen sfeer heeft. De relatief vochtige en bosrijke Aru’s bieden de bezoeker een fauna die veel overeenkomsten vertoont met het op 120 km afstand gelegen West Papoea. Paradijsvogels, papegaaien, lori’s, schildpadden, zeekoeien, een uiterst gevarieerde zeewereld, maar ook kangaroes, boomkangaroes, krokodillen en vlinders met bijzondere kleurschakeringen zijn er te vinden. De aantrekkingskracht van de Kei eilanden zijn de prachtige, witte zandstranden. De Tanimbar-archipel beschikt over een rijk cultureel erfgoed. De karakteristieke geweven sarongs in overwegend zwarte kleuren vermengd met motieven in bruin zijn hier een voorbeeld van.

Kei eilanden

De belangrijkste eilanden van de Kei archipel zijn Kei Besar en Kei Kecil (dat bestaat uit Kei Kecil en Dullah), het bergachtige Kei Besar (tot een hoogte van ca. 800 meter) is het dunstbevolkt van de twee. De verbinding tussen de verschillende dorpjes op Kei Besar, waarvan het havenplaatsje Elat het belangrijkste is, bestaat voornamelijk uit voetpaden.

Kei Kecil daarentegen is relatief meer ontwikkeld en dichterbevolkt. De hoofdstad Tual op het eiland Dullah is het administratieve centrum van het district. Dullah en Kei Kecil zijn met elkaar verbonden middels een brug. Landschappelijk gezien is het koraaleiland Kei Kecil vlak en onvruchtbaar. In het binnenland vormen struikgewas en velden met cassaveplanten de belangrijkste vegetatie. De kusten, met hun witte stranden en wuivende kokospalmen zijn schitterend. De bevolking heeft zich voornamelijk in de kuststreken gevestigd en de visserij tot de belangrijkste bron van inkomsten gemaakt. Op de Kei eilanden heeft het christendom (vanaf 1889 verspreid door de Nederlandse missionarissen) zijn vruchten afgeworpen, maar net als bij hun buren op de Aru- en Tanimbar eilanden spelen oude gebruiken en voorouderverering een rol in het dagelijkse leven.

De beste tijd om de Kei eilanden te bezoeken is rond september en oktober wanneer het droog is en de zee kalm. Tussen januari en april zijn er sterke westerwinden en tussen april en augustus sterke oosterwinden, in deze periodes is de zee soms ruig waardoor verplaatsingen tussen de eilanden moeizaam kan zijn. Het regent er wel minder dan in andere delen van de Molukken, zelfs in de ‘regenmaanden’.

Vanwege de ligging in het Wallaceagebied, waar Australische en Aziatische flora en fauna elkaar ontmoeten en geleidelijk in elkaar overgaan, is er een bijzondere verscheidenheid aan fauna te vinden op de Kei eilanden. Dit is met name te merken aan de vele vogels op de eilanden, waaronder papegaaien en 3 endemische soorten.

Aru eilanden

De Aru eilanden bestaan uit zes grote eilanden (Kola, Wokam, Kobroor, Maikoor, Koba en Trangan) omringd door talloze kleine eilandjes, alle gelegen in de rijke Arafura zee. Dichte mangrovebossen groeien langs de vier natuurlijke zeewaterwegen die de zes grootste eilanden van elkaar schediden. Op een aantal (vlakke) eilanden zijn tropisch regenwoud, moerassen en ondiepe koraalriffen te vinden. De laag gelegen eilanden worden met vloed voor een groot gedeelte overstroomd en zijn dan ook dun bevolkt. De inwoners van de Aru archipel zijn van gemengde komaf (Maleisisch/Papoea). In de binnenlanden van het eiland Wokam leven veel donkere Aru’s die zoveel mogelijk vasthouden aan eeuwenoude tradities en gebruiken. De kustbevolking is voor een belangrijk deel van Chinese, Buginese en Makassarse afkomst, zij domineren de handel.

Tanimbar eilanden

De Tanimbar archipel bestaat uit maar liefst 85 eilanden. Slechts enkele daarvan zijn bewoond, nu door brave christenen maar tot in de 20e eeuw door wrede koppensnellers. Om veiligheidsredenen werden de dorpen gebouwd op rotsen of kliffen en, indien nodig, omgeven met muren van spits toelopende bamboestammen. Door de jaren heen hebben de eilandbewoners goud, ivoor en andere kostbare materialen verworven door handel met Aziatische volken en later met Nederlanders. Hiervan werden karakteristieke sieraden vervaardigd, voorwerpen die een onmisbaar onderdeel van de huwelijksceremonien waren en tot de dag van vandaag nog steeds die functie vervullen. Enkele sieraden, zoals metalen oorringen, ivoren slagtanden en zwaarden, kralen en armbanden van schelp, worden als erfstukken bewaard en mogen de familie niet verlaten. Vroeger werden deze tesamen met voorouderbeeldjes en schedels van de voorouders opgeborgen op planken boven het huisaltaar. Zo’n huisaltaar had de vorm van een mens met uitgestrekte armen en twee hele kleine benen. Tegenwoordig zijn de huisaltaren in de christelijke huishoudens verdwenen.

De Tanimbar archipel is vrij vlak, het hoogste punt komt niet ver boven de 200 meter uit. Er zijn prachtige stranden, zoals bij Lakateri, en op de eilanden Selaru en Matakus. Het binnenland van het eiland Yamdena heeft nog wat van zijn bossen kunnen behouden, hoewel er veel gekapt is. Een stukje dicht oerwoud vind je in het centraal-noorden van het eiland. Saumlaki is de grootste plaats op het eiland Yamdena wat het belangrijkste en grootste eiland is in de Tanimbar archipel.